Omroep Gelderland maakt een reportage

 

Op 1 maart heeft omroep Gelderland een reportage gemaakt over De Pelikaan. Hierbij werden o.a. oud werknemers geïnterviewd.

Uitgezonden bij Omroep Gelderland op

ZATERDAG

9 APRIL 2016

Verzamelde reacties op de vraag:
Wat is uw De Pelikaan moment of herinnering.

Ballen vieren feest

 

26 april 2016, De Telegraaf, 05:30Sophie Kluivers

 

Ze claimen in het oudste studentenhuis van Nederland te wonen. De bewoners van de Oude Delft 35 in Delft vieren deze week het 125-jarig bestaan van hun onderkomen.

In het statige, vanbinnen enigszins verloederde grachtenpand, was het een weerzien van mannen die er de afgelopen decennia hun studententijd beleefden. „Ze hebben nu een bar in huis!”

 

Zo’n honderd mannen, van negentien tot dik in de zeventig, dragen allemaal dezelfde helderblauwe stropdas. In de achtertuin van het grachtenpand op de Oude Delft zingen monotone lage stemmen Jeroen Kremer toe. „De huis-oudste, de huis-oudste…”

 

De oudste van de huidige twintig bewoners klimt op een podium om de heren toe te spreken. „Er zijn de afgelopen decennia wel mores veranderd, maar sommige tradities bestaan nog steeds. We drinken nog altijd thee van Pelikaan!” Er klinkt gelach. „Keurig”, fluistert een grijze man in een tweedjasje.

 

Thee? Uit de mond van corpsknapen met pils in de hand klinkt het wellicht wat contrasterend. Derdejaars Charlie Groenewegen legt uit: „Iedere dag, om 15.15 en 21.15 uur, luidt de huisjongste beneden in de hal de gong. Iedereen die thuis is, moet dan in de keuken een kwartiertje thee komen drinken. Het is vooral een moment van sociaal contact. Telefoons zijn uit den boze.”

 

Al sinds de jaren zestig drinken bewoners hetzelfde theerecept: een mix van darjeeling en tar-kee van een Zutphense fabrikant. „Is de voorraad op, dan belt de huisjongste naar het telefoonnummer op de theezakjes. ’Met OD 35, van hetzelfde graag’, is het enige wat hij hoeft te zeggen tegen de persoon aan de andere kant van de lijn, en nieuwe thee wordt aan huis bezorgd.”

 

De mannen blijven binnendruppelen. Ze passeren de bejaarde huishond Butch, die loom op het bordes van het grachtenpand ligt. Af en toe blaft hij als er iemand de lange marmeren hal inloopt. „Hee Hans, kerel, jij ook hier”, roept de 64-jarige Dirk van Kappen zijn oude maat toe. „Heb je het gezien? Ze hebben tegenwoordig een bar in huis”, reageert de man terwijl hij hem amicaal de hand schudt. Hij wijst naar de ruimte grenzend aan de tuin, waarin vorig jaar een kroeg is gebouwd door de bewoners. „Dat is nog de kamer van Groothoff geweest.”

 

Jan Groothoff is een van de weinigen die hun vrouw naar de lustrumviering mogen meenemen. In 1973, nadat hij met zijn Marijke trouwde, trok ze in het mannenhuis. „Ik was destijds nestor: de oudste van het huis die aan het afstuderen was”, vertelt Groothoff. „Alleen de nestor mocht met zijn vrouw samenwonen. Ik was de ordebewaker.”

 

Hoe hij dat deed? Groothoff lacht jongensachtig. „Een van onze tradities was het spelletje ’oehoe’”, begint hij. „Zou je dat nou wel in de krant laten noteren?”, interrumpeert Hans hem. „Ach, we zijn toch al met pensioen: we hoeven niet meer om een reputatie te denken.”

Groothoff vervolgt: „We speelden het als we redelijk aangeschoten van de sociëteit thuiskwamen. Er waren twee teams van voor- en achterhuisbewoners. De teams verschansten zich achter een stapel bierkratten met lege flesjes. Op het moment dat je ’oehoe’ riep, gooide je een flesje naar de andere kant. Je moest natuurlijk zorgen dat je niet werd geraakt.”

 

Als nestor zorgde Groothoff ervoor dat de met glasscherven bezaaide hal weer werd opgeruimd. „Anders zou de schoonmaakster ontslag nemen. ’Nou is het afgelopen met dat gesodemieter!’, riep ik dan.”

 

De oldtimers denken allemaal dat het in hun tijd een stuk schoner was in huis. „Maar wij hadden dan ook twee keer per week een schoonmaakster”, zegt Dirk van Kappen. „Ik geloof dat de jongens hun eigen rotzooi niet zien”, constateert Marijke Groothoff. Ze wijst naar de schimmel op de witte muur van de bar. „Daar zou ik toch wat aan laten doen.”

 

Zo zijn er meer dingen waar ze, soms met weemoed, aan terugdenken. „Er gold een strengere hiërarchie. Jongerejaars mochten het achterhuis niet betreden”, vertelt Van Kappen. „Maar destijds was het geen uitzondering om tien jaar in het huis te blijven wonen. Het leeftijdsverschil tussen de jongste en oudste bewoners was groter.” Niet alles was vroeger beter. „Dames mochten alleen in het weekend blijven slapen!”

 

Naarmate de dag verstrijkt, draait de tap overuren, worden de verhalen sterker en de grappen schunniger. „Weet je nog, kamer 06?”, vraagt een van de mannen. In koor krijgt hij respons: „Nivea!” Hij legt uit: „Vanaf die kamer konden we bij de buurvrouw naar binnen kijken en zagen we regelmatig hoe ze zich insmeerde met crème.”

 

„Niet in de krant!”, roept er een. In de bar volgt een lachsalvo. Terug op het oude nest zijn ze allemaal weer even jongens.